havo

Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs

De afdeling havo is gehuisvest in het gebouw aan de Fruitlaan. In de havobrugklas worden leerlingen op grond van het advies van de basisschool geplaatst. Aan het eind van de eerste klas van de havo kan blijken dat een leerling toch meer op zijn of haar plaats is op een andere afdeling. In dat geval bestaat de mogelijkheid dat een leerling wordt doorverwezen naar bijvoorbeeld de mavo of het vwo. De overstap naar andere afdelingen is goed geregeld.

Kenmerken van deze opleiding

De havo bereidt de leerling voor op het hoger beroepsonderwijs (hbo). Daarom wordt er naast een wettelijk vereist kennisniveau gericht gewerkt aan vaardigheden die in het hbo vereist zijn. Een havoleerling zal daarom zelfstandig moeten kunnen werken en plannen, in staat moeten zijn om samen te kunnen werken, te communiceren en te presenteren. Daarbij zal een havoleerling in staat moeten zijn om hierbij gebruik te maken van digitale en audiovisuele hulpmiddelen. Al deze vaardigheden worden via een doorlopende leerlijn vanaf de brugklas ontwikkeld.

Een belangrijk middel hierbij is het motiveren van de leerling. Dit vindt o.a. plaats door tijdens de leerlingenbegeleiding de leerling gerichte feedback te geven, door duidelijke verbanden binnen de vakken te laten ervaren, door het onderwijs nadrukkelijk te verbinden met de wereld buiten de school en door een leerling goed voor te bereiden op een vervolg na de havo. Daarbij wordt nadrukkelijk ruimte voor een persoonlijke ontwikkeling geboden.

Leerjaar 1

In het brugjaar worden leerlingen allereerst begeleid bij het wennen aan het voortgezet onderwijs. Dit vergt van hen een ander schoolritme en er wordt van hen meer zelfstandigheid vereist in vergelijking met het basisonderwijs. Na een gewenningsperiode wordt de leerling uitgedaagd om aan te tonen dat de havo het best passende onderwijs is voor hem/haar. In de brugklas volgen de leerlingen ook meerdere vakoverstijgende modules. In deze modules ligt de nadruk op de raakvlakken tussen de verschillende vakken. Ook wordt er veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van vaardigheden, zoals plannen, samenwerken en presenteren.

In het brugjaar is de rol van de mentor groot; de mentor draagt zorg voor het wennen aan de nieuwe school en het welbevinden, zowel individueel als in klassenverband. De mentor verzorgt ook de begeleidingslessen. In deze lessen komen de vaardigheden aan bod die nodig zijn om op de havo de schooltaken goed te kunnen uitvoeren. Om een zo goed mogelijk zicht te krijgen op de benodigde begeleiding van een leerling komt een mentor ook op huisbezoek.

De school beschikt over een digitale leeromgeving. Door middel van de digitale leeromgeving (ELO) kunnen de leerlingen altijd communiceren met de docent. Naast communicatiemiddel is de ELO ook een hulpmiddel voor het inleveren van huiswerk.

Leerjaar 2

In leerjaar 2 vindt, in navolging van het eerdste jaar, tijdens de mentor- en begeleidingslessen training in vaardigheden plaats. Ook in de reguliere vaklessen wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het toepassen van kennis en vakvaardigheden, zodat leerlingen kunnen ervaren welke praktische mogelijkheden kennis en vaardigheden bieden. Daarnaast worden er ook in klas 2 vakoverstijgende modules aangeboden. In klas 2 komen de volgende maatschappelijke projecten aan de orde: drugs en alcohol, computerverslaving en verkeersveiligheid.

Op grond van het eindrapport wordt het vervolg van de studie van de leerlingen bepaald. In de meeste gevallen betekent dit een bevordering naar havo 3. Als blijkt dat een overstap naar de mavo wenselijk is, wordt in overleg met de decaan de vakkenkeuze voor mavo 3 begeleid.

Leerjaar 3

In leerjaar 3 staat vooral de leerling in relatie met zijn toekomst centraal. Door middel van een loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), dat start vanaf leerjaar 3 en doorloopt tot en met leerjaar 5, worden de leerlingen bewust gemaakt van hun interesses, kwaliteiten, competenties en mogelijkheden. In de verschillende vakken worden de leerlingen naast het vergaren van kennis steeds meer geconfronteerd met de verschillende vaardigheden waarvoor de kennis noodzakelijk is. Daarnaast organiseren de leerlingen een stagedag, waarop zij daadwerkelijk kennis kunnen maken met een beroep naar keuze. Op deze manier werken zij toe naar de keuze voor een profiel.

De leerlingen kiezen aan het eind van het derde leerjaar een profiel. Er zijn 4 verschillende profielen:

  • Cultuur en Maatschappij (CM-profiel)
  • Economie en Maatschappij (EM-profiel)
  • Natuur en Gezondheid (NG-profiel)
  • Natuur en Techniek (NT-profiel)

De leerlingen worden in het keuzeproces begeleid door de mentoren en de decaan. 

Leerjaar 4 en 5: Tweede Fase

In de tweede fase staat vooral het zelfstandig leren werken en denken centraal. De didactische aanpak binnen de lessen is daar vooral op gericht. Het is belangrijk dat de leerlingen zich bewust zijn van hun maatschappelijke omgeving en dat ze ontdekken dat leren ook buiten de school plaatsvindt. Daarom is er voor de leerlingen een maatschappelijke stage, bezoeken zij bedrijven en wordt er contact gelegd met verschillende externe organisaties en opleidingen. Op deze manier bewerkstelligen wij dat de leerlingen bewuster omgaan met keuzes en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

In het vierde en vijfde leerjaar wordt van de leerlingen verwacht dat ze meer zelfstandig werken en plannen. Om deze vaardigheden te ontwikkelen en om de leerlingen voor te bereiden op het hbo, kennen we toetsweken. In havo 4 zijn er twee toetsweken: halverwege het jaar en op het eind van het jaar. In havo 5 kennen we drie toetsweken: iedere periode van 8-10 weken wordt afgesloten met een toetsweek. Tijdens deze toetsweken worden de zogenaamde schoolexamens afgenomen.

De mentor heeft regelmatig contact met de leerlingen. Hij/zij is het eerste aanspreekpunt voor leerlingen, ouder(s) en/of verzorger(s).

De leerlingen kunnen in de tweede fase nog verschillende extra modules kiezen:

  • boekhouden
  • communicatie
  • Cisco (ict)

Door middel van voorlichtingsdagen, bedrijfs- en opleidingsbezoeken oriënteren de leerlingen zich op de verschillende mogelijkheden voor een eventuele vervolgstudie op bijvoorbeeld het hoger beroepsonderwijs (hbo) of het vwo. De decaan begeleidt en adviseert de leerlingen hierbij.

Het examen

Het examen bestaat uit een landelijk centraal examen en een schoolexamen. Alle resultaten worden vastgelegd in het examendossier. De eisen die gesteld worden aan de schoolexamens zijn vastgelegd in de Programma’s van Toetsing en Afsluiting (PTA’s).

Het vak maatschappijleer wordt in de voorexamenklas afgesloten. Na het afsluiten van het schoolexamen volgt het landelijk centraal examen als afsluiting van de studie.

Extra

Voor alle extra’s die de opleiding aanbiedt, kunt u kijken op de pagina Extra op het Ostrea.